Het beveiligingsbeleid bepaalt hoe streng de beveiligingssoftware ingrijpt. Dit wordt per apparaat bepaald: elk apparaat draait op één van twee beleiden.

C² Onboarding — de inwerkperiode

Een nieuw apparaat start op C² Onboarding. In deze inwerkperiode leert de beveiliging het apparaat kennen: welke programma's en handelingen normaal zijn. De software blokkeert dan minder snel, zodat u zo min mogelijk last heeft van valse meldingen terwijl alles wordt afgestemd.

Let op: tijdens de inwerkperiode kan het gebeuren dat de software een verdachte activiteit alleen detecteert en meldt, zonder deze te blokkeren. In het ticket en op de tijdlijn van het apparaat staat dat er dan duidelijk bij, inclusief de vermelding dat de activiteit onder C² Strict automatisch geblokkeerd zou zijn. Wilt u dat niet afwachten, dan kunt u het apparaat direct naar C² Strict zetten.

C² Strict — volledige bescherming

C² Strict is de volledige bescherming. Na 31 dagen gaat een apparaat automatisch van C² Onboarding over op C² Strict — u hoeft daar niets voor te doen. Op de apparaatpagina ziet u hoeveel dagen inwerkperiode er nog resteren.

Een apparaat terugzetten naar de inwerkperiode

Heeft een apparaat opnieuw een inwerkperiode nodig (bijvoorbeeld na een grote wijziging)? Beheerders kunnen het op de apparaatpagina terugzetten naar C² Onboarding. De periode van 31 dagen start dan opnieuw, waarna het apparaat vanzelf weer op C² Strict komt. Houd er rekening mee dat het soepelere beleid gedurende die periode een beveiligingsrisico met zich meebrengt; bij het terugzetten bevestigt u dat u dit risico aanvaardt. U kunt een apparaat ook direct naar C² Strict zetten.

Overzicht per apparaat

Via Beheer → Beveiligingsbeleid ziet u van al uw apparaten in één oogopslag het gewenste beleid, de resterende inwerkperiode en het werkelijk toegepaste beleid.